ING Bank heeft welbewust misbruik gemaakt van een erbarmelijk Kort Geding vonnis waarvan zij wisten dat het vol stond met feitelijke onjuistheden en juridische misslagen. De betreffende voorzieningenrechter is: mr. Schreuder (ten onrechte worden er geen voorletters genoemd, er zijn meerdere mr. Schreuders op Internet te vinden).

Onder het kopje De feiten heeft de kantonrechter ten onrechte het volgende gesteld met daarbij cursief geschreven mijn (korte commentaar):
a)    dat Xenon Computers v.o.f. op 1 april 2002 is overgegaan in Xenon Webstore B.V. Dit is namelijk op 31 december 2000 gebeurd.
b)    dat eisers op 5 september 2002 ten behoeve van gedaagde een tweede recht van hypotheek op hun woning hebben gevestigd. Deze stelling is echter in strijd met de van toepassing zijnde jurisprudentie.
c)    dat Hofs-Akkermans op 17 september 2002 schriftelijk opdracht heeft gegeven een bedrag van € 190.000,-- over te maken naar de rekening van Xenon Computers v.o.f.
d)    Het is juist dat het betreffende rekeningnummer nog steeds stond op naam van deze v.o.f., maar dit was dus te wijten aan de heer A. Bakker dan wel aan de afd. MKB van ING, die na tekening van de akten van bedrijfsoverdracht op 3 september 2002 had verzuimd de tenaamstelling van de rekening-courant-rekening te wijzigen in Xenon Webstore B.V.
e)    dat gedaagde bij brief d.d. 26 april 2004 aan eisers te kennen heeft gegeven, dat zij zich niet met deze vernietiging c.q. ontbinding (bedoeld wordt de buitengerechtelijke) kan verenigen. Daar is in die brief namelijk met geen woord over gesproken. ING heeft slechts gesteld, dat zij de visie van de advocaat niet deelt, waarna zij toelicht hoe zij over een en ander denkt.

Conclusie:
Aangezien de feiten niet los kunnen worden gezien van de toepasselijke rechtsregels, omdat die feiten voor een belangrijk deel bepalen welke uitspraak als billijk wordt ervaren en daarmede hoe de rechtsregel moet luiden die tot een billijk geachte beslissing leidt en op die wijze een element vormen in de motivering van het vonnis (zie Asser, Bewijsrecht, p.22) staat door het foutieve vaststellen van de feiten reeds vast, dat dit vonnis in een hoger beroep procedure vernietigd zou worden. Deze hoger beroep procedure zou echter niets meer aan de situatie veranderd hebben, omdat de veiling reeds op 1 juli 2008 zou plaatsvinden bij hotel-restaurant Van der Valk in Hengelo.
 
Ik wijs ten overvloede op de wetsartikelen 30 en 230 lid 1, aanhef en onder e Rv. , waarin wordt voorgeschreven, dat het op tegenspraak gewezen vonnis de feiten dient te bevatten waarop de beslissing rust.

De verdere blunders en bevreemdende uitspraken van deze voorzieningenrechter.
In r.o. 5 herhaalt de voorzieningenrechter de juridische misslag, dat de door eisers ondertekende hypotheekakte een executoriale titel betreft.

Tevens stelt zij daar, dat B.Th. Hofs ten tijde van het aangaan van de kredietovereenkomst (dit dus op 3 september 2002) ondernemer was en met zijn privévermogen aansprakelijk was voor de schulden van de vennootschap onder firma. Deze stelling is uitermate bevreemdend, omdat zij als feit reeds had aangegeven, dat deze vennootschap op 1 april 2002 was overgegaan in Xenon Webstore B.V!

Spraakmakend is de opmerking van de voorzieningenrechter, dat omdat Hofs-Akkermans er ter zitting blijk van heeft gegeven goed haar zegje te kunnen doen zij de lezing van gedaagde (ING), dat er vooraf diverse gesprekken zijn geweest, waarbij het echtpaar willens en wetens hebben gecontracteerd, aannemelijk is. Let wel: die gesprekken hebben bovendien nooit plaatsgevonden, zoals nadien ook zijdens ING is toegegeven.

In de tweede alinea van bladzijde 5 heeft de voorzieningenrechter gesteld, dat het echtpaar vanaf 9 april 2004 niet meer aan de maandelijkse renteverplichting heeft voldaan en vanaf die datum in verzuim was, hetgeen noch het echtpaar noch ING echter heeft beweerd. Bovendien was de realiteit, dat de rente door de bank automatisch ten laste van de rekening-courant-rekening van het echtpaar werd geboekt, zoals vastgelegd in de kredietovereenkomst zelf en ook in het bijbehorende clausuleblad, dit na het verstrekken van een machtiging door het echtpaar.

Vervolgens stelt de rechter, dat het verweer van eisers was, dat zij de acceptatiekopie buitengerechtelijk hebben vernietigd dan wel ontbonden en dat het aan gedaagde was om hen in rechte te betrekken indien zij het daarmede niet eens was, geen steun in het recht vindt, omdat gedaagde uitdrukkelijk tegen de buitengerechtelijke vernietiging c.q. ontbinding heeft geprotesteerd.
Mijn commentaar: In de eerste plaats stel ik, dat hetgeen de rechter aangeeft pertinent niet hetgeen is dat door het echtpaar in hun kortgedingdagvaarding is gesteld. Zij hebben geheel correct en juist gesteld, dat het gevolg van hun buitengerechtelijke ontbinding was, dat vanaf het tijdstip van de ontbinding de overeenkomst verviel en dat partijen verplicht waren alle tot dan toe verrichte prestaties ongedaan te maken, waarbij zij hebben verwezen naar de wetsartikelen 6:271 en 6:273 BW. Duidelijk is gebleken, dat deze rechter de betreffende wetsartikelen niet heeft begrepen, dit overigens evenmin als ING. Het zij herhaald, dat ING bovendien helemaal niet heeft geprotesteerd tegen de buitengerechtelijke vernietiging en ontbinding.

Ten onrechte heeft de rechter in r.o. 6 gesteld, dat ING het echtpaar een bedrag van € 100.000,-- heeft kwijtgescholden. Zie daartoe het gestelde inzake dit onderwerp.

Een pertinente leugen van de voorzieningenrechter is, dat Hofs-Akkermans ter zitting heeft gesteld, dat het echtpaar helemaal niets verschuldigd is. Dit heeft Hofs-Akkermans vanzelfsprekend niet gezegd, reeds niet omdat in de dagvaarding inzake het door het echtpaar te betalen bedrag aan de rechter is verzocht te bepalen, dat het bedrag waarop ING recht heeft te stellen op max. € 174.077,69 dit in verband met de buitengerechtelijke ontbinding op 9 april 2004.

Tenslotte stelt de voorzieningenrechter, dat zij zich niet aan de indruk kan onttrekken, dat eisers zich na het faillissement van Xenon Webstore steeds aan hun betalingsverplichting jegens gedaagde hebben willen onttrekken, hetgeen een onbegrijpelijke, denigrerende en ten gronde foutieve stelling is. De enige betalingsverplichting was tijdig de rente te voldoen, hetgeen dus steeds gebeurd is, dit door automatische boekingen zijdens ING. Verder diende er binnen de kredietlimiet van € 200.000,-- gebleven te worden, welke limiet nooit is overschreden en ING zodoende ook nooit overschrijdingsprovisie heeft berekend.

Weliswaar heeft zij dit op een gegeven moment gedaan, maar deze rente is weer teruggestort toen de advocaat van het echtpaar ING met een aangetekende brief in oktober 2004 op haar onrechtmatige handelwijze in deze had aangesproken. Het faillissement van Xenon Webstore B.V. was uiteraard zeer bezwarend voor het echtpaar, omdat dit bedrijf uit hoofde van de borgstelling door het echtpaar de door hen aan ING verschuldigde rente aan hen diende te betalen, hetgeen geschiedde door overmaking op hun rekening-courant-rekening, maar dat maakt niet, dat de opmerking van de rechter juist was.

Het behoeft geen verder betoog hoe erbarmelijk de inhoud van dit vonnis is en hoe fout het was ING toe te staan de woning van het echtpaar te veilen, dit met enorme en onomkeerbare gevolgen.
Zo’n rechter zou met onmiddellijke ingang ontslagen moeten worden, ook al is het ING geweest, die tal van leugens heeft verkondigd en een onontwarbare kluwen ter zake heeft geschapen.