Rechters

Juridische misslagen en andere fouten in het vonnis d.d. 19 mei 2009, als tussenvonnis gewezen inzake V.N.I. Enschede B.V. en B.Th. Hofs.

Rechter: mr. E.W. de Groot

Juridische misslag 1

De kantonrechter heeft de in de conclusie van repliek d.d. 12 december 2008 door V.N.I. doorgevoerde eiswijziging gehonoreerd, dit terwijl B.Th. Hofs zich daartegen degelijk onderbouwd heeft geweerd in zijn conclusie van dupliek d.d. 3 februari 2009. Zij heeft daarmede wetsartikel 130 Rv. geschonden, omdat zij in de gegeven situatie de eiswijziging ingevolge artikel 130 Rv. gemotiveerd had moeten toewijzen dan wel ambtshalve moeten afwijzen, dit na hoor en wederhoor van beide partijen.

Juridische misslag 2

In haar beoordeling verwijst zij naar en neemt zij over hetgeen zij in haar eindvonnis d.d. 24 april 2007 inzake de procedure V.N.I./R.T.B. Hofs heeft overwogen, namelijk dat is komen vast te staan, dat de huurovereenkomst is gesloten door Xenon Computers v.o.f. en niet is komen vast te staan, dat reeds bij de aanvang van de huurovereenkomst tussen deze v.o.f. en V.N.I. is overeengekomen, dat Xenon Webstore B.V. met terugwerkende kracht als huurder zou worden aangemerkt zodra deze B.V. zou zijn opgericht. Zij stelt daarbij, dat het Hof in zijn tussenarrest d.d. 10 juni 2008 terzake V.N.I./Hofs jr. overeenkomstig heeft geoordeeld. Vervolgens stelt zij, dat nog de vraag beantwoord dient te worden of gedurende de loop van de huurovereenkomst de huurovereenkomst van Xenon Computers v.o.f. middels contractsoverneming als bedoeld in artikel 6:159 BW op Xenon Computers B.V. is overgegaan (bedoeld wordt Xenon Webstore B.V.). Deze vraag behoefde echter niet beantwoord te worden, omdat zij in haar eindvonnis d.d. 24 april 2007 reeds had geoordeeld, dat de huurovereenkomst door stilzwijgende bekrachtiging door V.N.I. in ieder geval vanaf 2 november 2002 is overgegaan op Xenon Webstore B.V. , dit ingevolge wetsartikel 6:159 BW.

Juridische misslag 3

Verder stelt de kantonrechter, dat het Hof in zijn arrest d.d. 10 juni 2008 heeft geconstateerd, dat de ingevolge wetsartikel 6:159 BW vereiste akte niet aanwezig is (dit was overigens wel het geval, nota bene door Hofs jr. met een akte d.d. 3 oktober 2006 aan de kantonrechter en V.N.I. toegeleverd). B.Th. Hofs op zijn beurt heeft de betreffende akten volledigheidshalve overgelegd bij zijn conclusie van dupliek d.d. 3 februari 2009, waardoor de kantonrechter de aanwezigheid daarvan dus niet kon ontkennen Uit haar verdere beoordeling blijkt echter, dat zij haar verdere oordelen hoe dan ook zal laten afhangen van de visies van het Hof in de separaat gevoerde procedure V.N.I./R.T.B. Hofs, omdat zij het Hof niet voor de voeten wil lopen, daarbij haar eindoordeel in het vonnis d.d. 24 april 2007 gemakshalve “over het hoofd ziend”.

Juridische misslag 4

Om die draai van 180 graden ten aanzien van haar eerdere eindoordeel te “rechtvaardigen” is zij zelfs bereid de wet te schenden, hetgeen zij doet door in r.o. 4.2 een onnavolgbare en foutieve uitleg aan wetsartikel 6:159 BW te geven, inhoudende dat er ingevolge dit wetsartikel een akte diende te zijn die tot onderwerp had de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst van Xenon Computers V.o.f. over te dragen aan Xenon Webstore B.V. (Deze visie is jaren later door het Hof in zijn arrest d.d. 2 oktober 2012 dus overtuigend naar de prullenbak verwezen en de visie van B.Th. Hofs in grief 10 van zijn memorie van grieven als juist beoordeeld).

Juridische misslag 5

Door die handelwijze heeft de kantonrechter in strijd gehandeld met het beginsel, dat een geschilpunt waaromtrent reeds een oordeel is gegeven in een in kracht van gewijsde gegaan eindvonnis (zijnde het eindvonnis d.d. 24 april 2007), niet opnieuw onderwerp van discussie kan zijn laat staan opnieuw onderzocht kan worden, waarbij die beslissing ook nog eens is gegeven door dezelfde rechter in dezelfde zaak. Mr. de Groot heeft zich zodoende schuldig gemaakt aan machtsoverschrijding.

Juridische misslag 6

Zij heeft geoordeeld, dat de huurovereenkomst op 16 september 2005 door opzegging van bewindvoerder mr. Daniëls op 16 juni 2005 is beëindigd, daarbij negerend, dat de huurovereenkomst primair reeds op 25 februari 2004 tussen partijen rechtsgeldig was beëindigd (waartoe zij van B.Th. Hofs uitgebreide bewijsvoering heeft ontvangen) en subsidiair op 10 maart 2004 door opzegging door mr. Haafkes op 10 december 2003, welk feit (feit 2.4) zij nota bene zelf heeft opgenomen in haar tussenvonnis d.d. 5 september 2006 (ten aanzien van R.T.B. Hofs) en hetgeen door het Hof in zijn tussenarrest d.d. 10 juni 2008 (eveneens ten aanzien van Hofs jr.) is overgenomen. Daarbij komt, dat V.N.I. reeds in haar dagvaarding in eerste aanleg d.d. 23 december 2003 en tevens in haar dagvaarding in verband met een kortgedingprocedure deze opzegging expliciet heeft vermeld, dit beide keren onder punt 3.