De door ING bank beweerde verplichting het krediet op 1 juli 2004 af te lossen

In zijn pleitaantekeningen stelt mr. Netten plotseling, dat de continuering van het krediet voor een periode van een jaar geldt, hetgeen een compleet verzinsel is, omdat daarover helemaal niets wordt vermeld onder het kopje Overige bepalingen in de kredietovereenkomst en er daaromtrent ook nooit nadere afspraken met ING zijn gemaakt. Deze hardnekkige leugen heeft ING in alle processtukken in procedures van het echtpaar tegen ING gehandhaafd, terwijl er geen enkele verplichting dienaangaande bestond.
De realiteit, die ook in de kortgedingdagvaarding is vermeld is de volgende:

In haar brief van 19 februari 2004 aan de advocaat van het echtpaar, mr.H. Hoeksma, schrijft ING, dat het krediet op verzoek van Hofs c.s. voorlopig is gecontinueerd voor een periode van max. 1 jaar, hetgeen een pertinent verzinsel is. Dit verzoek is namelijk nimmer door het echtpaar gedaan en zou ook volstrekt onlogisch zijn geweest, omdat zij er gezien de speciale bepaling in de kredietovereenkomst (de bepaling in de laatste alinea van de kredietovereenkomst onder het kopje Overige bepalingen) gewoon vanuit konden gaan, dat de kredietovereenkomst vooralsnog voor onbepaalde tijd met hen zou worden voortgezet. Wel beseften zij, dat het vanwege de hoge maandelijks te betalen rente, die niet meer zoals in de leningovereenkomst d.d. 17 september 2002 was vastgelegd door Xenon Webstore B.V. op hun rekening-courant-rekening zou worden bijgeschreven nu dit bedrijf failliet was gegaan, moeilijk zo niet onmogelijk zou worden om die rente te blijven betalen. Echter op 17 februari 2004 bedroeg de debetstand op de rekening-courant-rekening “slechts” een bedrag van € 192.912,28, terwijl de aan hen toegestane kredietlimiet € 200.000,-- ingevolge de kredietovereenkomst € 200.000,-- bedroeg, dit nota bene met een uitloop tot € 225.000,--.

In een brief d.d. 26 april 2004 van ING aan mr. Hoeksma schrijft ING o.a., dat zij niet begrijpt waarom Hofs c.s. domicilie ten kantore van hem hebben gekozen teneinde een procedure aan te vangen. Uw cliënten staan immers nog binnen de kredietlimiet en vooralsnog ziet ING geen reden om de faciliteit in te trekken, aldus ING.

In een brief d.d. 1 juli 2004 schrijft ING (Afd. Kredieten) aan het echtpaar, dat zoals met u is overeengekomen de limiet op uw rekening-courant met nummer 68.08.97.798 per 1 juli is verlaagd met € 200.000,-- tot € 0.00. Let wel: deze brief is niet ondertekend!

Daarbij ziet ING dus compleet over het hoofd, dat er nu juist iets geheel anders is overeengekomen, dit op verzoek van het echtpaar aan de heer Bakker tijdens de bespreking van 16 augustus 2002, namelijk hetgeen is vermeld in de kredietovereenkomst onder het kopje Overige bepalingen (zie boven). Daar staat dus, dat de aflossing per 1 juli 2003 een signaalaflossing betreft en dat mocht omzetting van deze kredietfaciliteit naar Xenon Webstore B.V. niet voldoen aan de geldende bancaire voorwaarden dan de kredietfaciliteit aan Hofs c.s. zal worden gecontinueerd.

Bovendien staat er in de kredietovereenkomst onder het kopje Kredietlimiet, dat de kredietlimiet jaarlijks zal worden bezien aan de hand van de jaarcijfers, hetgeen vanzelfsprekend sowieso niet inhoudt, dat het krediet van € 200.000,-- reeds na verloop van nog geen twee jaar na het verstrekken ervan zou moeten worden afgelost. ING heeft het in een latere conclusie van antwoord in één van de bodemprocedures onder punt 2.17 overigens over het jaarlijks herzien van de kredietlimiet.

In een brief van 15 juli 2004 schrijft mr. Hoeksma in antwoord op de brief van ING d.d. 1 juli 2004 dan ook, dat de inhoud van die brief geen grondslag in het arrangement vindt en verzoekt ING deze verder toe te lichten. Op 21 juli 2004 antwoordt ING aan mr. Hoeksma, dat in haar brief d.d. 30 augustus 2002 met betrekking tot rekeningnummer 68.08.97.798 een kredietlimiet staat vermeld ad € 200.000,-- en dat daarbij ook wordt vermeld, dat deze op 1 juli 2003 wordt verlaagd met € 200.000,-- Deze brief van 21 juli 2004 is thans geschreven door ene heer J.G.Koning van de afd. DRM/IB, die kennelijk geen enkele weet heeft van de gemaakte afspraken en ook niet heeft gekeken naar de inhoud van de kredietovereenkomst en hetgeen aanvullend is gesteld onder het kopje Overige bepalingen.

De heer Koning doet het zelfs voorkomen, alsof de rekening-courant-rekening alleen staat op naam van B.Th.Hofs, terwijl deze op naam staat van het echtpaar Hofs, waarna in de tweede alinea van de brief de bewering volgt, dat B.Th.Hofs ING verzocht zou hebben het krediet voor max. 1 jaar te verlengen, hetgeen weer niet in overeenstemming is met het gestelde in de brief van 19 februari 2004, waarin staat, dat Hofs c.s. dit verzoek hebben gedaan. Het door het echtpaar, dat grote problemen op zich af ziet komen in verband met het faillissement van Xenon Webstore B.V. in december 2003 (welke B.V. de met ING overeengekomen rente dus overmaakte op de rekening-courant-rekening van het echtpaar), vragen om een maximale verlenging van het krediet voor een jaar zou overigens vanzelfsprekend volstrekt onaannemelijk zijn en is ook nooit gebeurd.

Op 17 september 2004 schrijft ING aan mr. Hoeksma, dat zij in haar brief d.d. 26 april 2004 heeft medegedeeld, dat zij de visie van mr. Hoeksma met betrekking tot de kredietverlening niet deelt en dat zij middels haar brief van 21 juli 2004 (zie boven) heeft medegedeeld waarom er een algehele verlaging is doorgevoerd per 1 juli 2004. Het is duidelijk, dat ook de schrijver van deze brief, ene heer Kirchner, evenmin van de juiste gang van zaken op de hoogte was.

In een aangetekende brief van 18 oktober 2004 van mr. Hoeksma aan ING stelt deze dat het door ING in de brieven d.d. 19 februari 2004 (brief één) (brief twee), 1 juli 2004 en 21 juli 2004 geschrevene niet in overeenstemming is met de juridische werkelijkheid en dat noch met B.Th. Hofs noch met zijn vrouw is overeengekomen, dat het krediet per 1 juli 2004 met een bedrag van € 200.000,-- zou worden verlaagd. Tevens stelt mr. Hoeksma, dat er zodoende ten onrechte meerdere malen overschrijdingsprovisie is berekend, waardoor de reële debetstand op 13 september 2004 slechts € 199.624,40 kan bedragen.

ING ziet na deze brief eindelijk de realiteit, hetgeen blijkt uit haar brief van 25 oktober 2004 aan mr. Hoeksma, waarin zij toezegt de overschrijdingsprovisie terug te zullen boeken en erkent, dat de debetstand is zoals door mr. Hoeksma gesteld in zijn brief d.d. 18 oktober 2004, zijnde dus € 199.624,40.

De letterlijke tekst van ING in die brief:

“Hierbij refereren wij aan uw brief gedateerd 18 oktober 2004. Hierbij delen wij u mede dat wij ingaande 1 oktober 2004 voorlopig de overschrijdingsprovisie niet in rekening zullen brengen. Voorts zullen wij de in rekening gebrachte overschrijdingsprovisie over de maand juli groot € 1.017,17, de maand augustus € 1.024,97 en de maand september € 1.000,68, totaal groot € 3.042,82 terugstorten. Het debetsaldo van rekeningnummer 68.08.97.798 bedraagt na voormelde correctieboeking € 199.624,40.”

De aangekondigde terugstorting heeft ook daadwerkelijk plaatsgevonden, waarna overigens nooit meer overschrijdingsprovisie is berekend, omdat de toegestane kredietlimiet nimmer zodanig is overschreden, dat er overschrijdingsprovisie verschuldigd was.

De conclusie: deze kan alleen maar zijn, dat overtuigend is bewezen, dat hetgeen ING heeft beweerd ter zake een verplichte aflossing per 1 juli 2004 onjuist is en er logischerwijs al helemaal niet over een rechtsgeldige opzegging van het krediet gesproken kan worden.