Vordering van Postbank N.V. op B.Th. Hofs

Een zwaarwegende leugen zijdens ING bank is ook, dat Postbank N.V. een vordering op B.Th. Hofs zou hebben en dat er daaromtrent tijdens de schuldsaneringsperiode zelfs verschillende procedures zouden zijn gevoerd. Die postbankvordering betrof echter niet B.Th. Hofs, maar Xenon Webstore B.V.
Onderstaand zal ik thans aangeven hetgeen ING in deze allemaal gesjoemeld heeft met als enige doel mij en mijn echtgenoot ten onrechte een groot bedrag afhandig te maken.

1.    Op 16 maart 2000 is er een girorekening met nummer 84.08.302 geopend door de toenmalige vennoten van het bedrijf Xenon Computers V.o.f., zijnde de heren R.T.B. Hofs en I.B. Süss. Op 1 juli 2000 is B.Th. Hofs toegetreden tot de V.o.f. In oktober 2000 is de heer Süss uitgetreden.
2.    Op 3 februari 2003 is er door R.T.B. Hofs een wijziging tenaamstelling aan de heer A. Bakker overhandigd met betrekking tot de hoofdrekening van Xenon, zijnde rekening nr. 65.52.73.417 bij ING, welke ten onrechte nog steeds stond op naam van Xenon Computers V.o.f., terwijl dit met ingang van 3 september 2002, de datum van tekening van de akten van bedrijfsoverdracht, Xenon Webstore B.V. had moeten zijn.

3.   Op 25 maart 2003 wordt er door de heren B.Th. Hofs, R.T.B. Hofs en M.C. Mensink alsnog een formulier ingevuld betreffende de naamswijziging met betrekking tot girorekening nummer 8408302, hetgeen door de heer A. Bakker aan de Postbank wordt verzonden. Het formulier wordt echter geretourneerd met de opmerking, dat de handtekening van de heer I.B. Süss ontbreekt. De reden hiervoor, namelijk de uittreding van de heer I.B. Süss, was al aangegeven op dit formulier, maar toch wil de Postbank extra gegevens. Vervolgens wordt het wijzigingsformulier nogmaals opgestuurd, nu met de gevraagde gegevens, zoals de ontbindingsovereenkomst van de V.o.f. d.d. 16 januari 2001, waarvan de heer I.B. Süss vennoot was.

4.    Ik merk op, dat het vanzelfsprekend de taak van de heer A. Bakker was geweest om onmiddellijk na tekening van de akten van bedrijfsoverdracht op 3 september 2002 het overzetten van de rekeningen naar Xenon Webstore B.V. te regelen. Dit zowel wat betreft de hoofdrekening bij ING te Enschede als de rekening bij de Postbank N.V., welk bedrijf een onderdeel van ING was, hetgeen de heer Bakker of een collega van hem om onduidelijke redenen heeft verzuimd.

5.    Vervolgens berichtte de Postbank, dat het hier ging om een adviesrijke relatie en dat de rekening was samengevoegd met het account bij de ING. Ook zijn er creditcards verstrekt aan de heren R.T.B. Hofs en M.C. Mensink, de bestuurders van Xenon Webstore B.V. De pasjes staan ook op deze namen.

6.    Het kantoor van ING heeft bladzijde 002 van het wijzigingsformulier ingevuld en daarop rechts bovenaan de volgende opmerking geplaatst: Wijziging Zakelijke Girorekening via kantoor ING, welke bladzijde is ondertekend door B.Th. Hofs en R.T.B. Hofs. Op bladzijde 003 tekent B.Th. Hofs dit formulier als terugtredende vertegenwoordiger (rubriek 5) en R.T.B. Hofs en M.C. Mensink worden onder rubriek 6 genoemd als vertegenwoordigers en gemachtigden, die voortaan ook over het saldo op de girorekening moeten kunnen beschikken, dit onder b). Op bladzijde 003 wordt er tweemaal door deze twee heren getekend, eenmaal betreffende de handtekeningenkaart en eenmaal als akkoordverklaring.
Daarna hebben zij ook de betreffende creditcards ontvangen. De heer A. Bakker heeft aan R.T.B. Hofs bevestigd, dat de tenaamstelling van girorekening nr. 8408302 door de Postbank ook is gewijzigd in Xenon Webstore B.V.

7.    Eerst veel later blijkt, dat door een administratieve fout van de Postbank N.V. op de bankafschriften nog steeds de naam Xenon Computers V.o.f. wordt gebezigd. B.Th. Hofs neemt hierover contact op met De Postbank Zakelijk en ontvangt op 4 maart 2005 een brief van Postbank Zakelijk, waarin wordt uitgelegd, dat er door een interne miscommunicatie bij de Postbank aan de afd. Zakelijk niet was doorgegeven, dat de problemen rond de particuliere rekening inmiddels waren opgelost. Deze problemen hadden te maken met de onzekerheden aan de zijde van de Postbank met betrekking tot de uittreding van de heer I.B. Süss uit de vennootschap onder firma, aldus de Postbank. Op bladzijde 003 van het wijzigingsformulier is te zien, dat de naam I.B. Süss door de Postbank (onterecht) op het formulier is toegevoegd met een sterretje op de plaats waar de handtekening van Süss zou moeten staan, deze naam is echter later weer doorgestreept. Zoals reeds gemeld is de ontbindingsovereenkomst van de V.o.f. met als vennoten B.Th. Hofs, R.T.B. Hofs en I.B. Süss reeds in maart 2003 door R.T.B. Hofs aan de Postbank N.V. toegezonden.

8.    In de aanloop naar en na het faillissement van Xenon Webstore B.V. op 4 december 2003 zijn er door managers van de afd. riskmanagement van ING te Enschede echter op tal van manieren onterechte pogingen gedaan om de schuld van Xenon Webstore B.V. bij de Postbank N.V. ten bedrage van € 28.451,20 (later met bijkomende rente) bij B.Th. Hofs te innen, ervan uitgaande dat deze niet van de gang van zaken bij Xenon Webstore B.V. op de hoogte was, hetgeen juist was. Hij was daar slechts een kleine aandeelhouder.

9.    Daarbij hebben de betrokken medewerkers van het riskmanagement van ING te Enschede de inbreng van Xenon Computers V.o.f. in Xenon Webstore B.V. en de gang van zaken rond de naamswijzigingen, met welke zaken hun collega de heer A. Bakker ten volle bekend was, buiten beschouwing gelaten. Evenmin hebben zij acht geslagen op de eigen correspondentie, welke ik hierna zal noemen:

-    een brief d.d. 23 september 2003 van de adjunct-directeur van de afd. Retail, de heer J.H.J. van der Heijden, gericht aan de directie van Xenon Webstore B.V., met als onderwerp debetstand op uw girorekening 8408302” en gericht aan de directie van Xenon Webstore B.V., Neptunusstraat 23-25 te Enschede, welker inhoud voor zich spreekt (productie 27).
-    een brief d.d. 4 november 2003 (productie 28) van de heer G.Y. Jansen van de afd. Retail en ondertekend door de heren J.H.J. van der Heijden en de heer A. Bakker, eveneens gericht aan de directie van Xenon Webstore B.V. met als onderwerp: uw Postbank kredietfaciliteit. In de tekst staat o.a.: ”Reeds meerdere malen, zie hiervoor ons schrijven d.d. 23 september 2003 en 21 oktober 2003, hebben wij u verzocht de overschrijding van de limiet op uw girorekening, geadministreerd onder nummer 84.08.302, aan te zuiveren.”

10.    Uit een brief d.d. 24 november 2003 van R.T.B. Hofs aan de heer J.E. Kirchner betreffende vastlegging van een gesprek d.d. 21 november 2003, blijkt, dat ING aan deze voormalige vennoot van Xenon Computers V.o.f. weer een andere versie heeft geponeerd betreffende de verschuldigdheid van de Postbankvordering door zijn vader. De heer Kirchner deelde Hofs jr. in dit gesprek namelijk mede, dat zijn ouders via een hypothecaire verpanding garant stonden voor o.a. alle schulden aan de Postbank. In de betreffende hypotheekakte is echter geen enkele verwijzing naar aansprakelijkheid van het echtpaar voor leningen bij de Postbank te vinden. Toen onze zoon de heer Kirchner hierop attendeerde stelde deze vervolgens, dat de debetstand van de Postbankrekening moest worden toegevoegd aan het bedrag van de eventueel aan zijn ouders te verstrekken normale hypotheek ter vervanging van de lening in rekening-courant, anders zou deze hypotheek zeker niet worden verstrekt, hetgeen als oneigenlijke druk dient te worden beschouwd.

11.   Op 27 november 2003 (deze brief is eerst op 5 december 2003 door Hofs jr. ontvangen) heeft de heer Kirchner op zijn brief geantwoord. Het is zeer opvallend, dat deze brief niet is ondertekend door de heer A. Bakker, waaruit wij de gevolgtrekking hebben gemaakt, dat deze het niet met de inhoud van de brief eens was, hetgeen geen verwondering kon wekken, aangezien deze heer Bakker zeer goed wist, dat de inhoud van de brief op vele punten onwaarheden bevatte.

12.    In een telefoongesprek van eind november 2003 tussen de heer Kirchner en mij gedroeg de heer Kirchner zich zeer intimiderend, onbeschoft en bedreigend. Hij stelde o.a. dat wij binnen drie weken het bedrag van € 28.451,20 (dus van girorekening 84.08.302) moesten betalen, anders zou een incassobureau worden ingeschakeld met nog meer aanzienlijke kosten voor het echtpaar. Hij noemde onze zoon vele malen een oplichter en betichtte hem ervan zijn ouders te hebben bedrogen betreffende de schuld aan de Postbank. Ik heb in dit telefoongesprek nog aangegeven, dat ik meende dat er door mijn echtgenoot een formulier naamswijziging was ondertekend. De heer Kirchner vertelde mij echter, dat deze naamswijziging door de Postbank Zakelijk was afgewezen, hetgeen later in strijd met de waarheid bleek te zijn.

13.    Hoewel mijn echtgenoot zich ervan bewust was dat hij in maart 2003 inderdaad een wijzigingsformulier tenaamstelling had ondertekend, wist hij vanzelfsprekend niet hetgeen er daarna allemaal bij Xenon Webstore B.V. was gebeurd met betrekking tot de betreffende girorekening. Wij gingen er toen ook nog niet vanuit (we weten nu wel beter), dat een manager van een bank als de ING in staat zou zijn met betrekking tot een dergelijke grote vordering onwaarheden te vertellen betreffende de verschuldigdheid daarvan.

14.    Na het telefoontje van de heer Kirchner eind november 2003 hebben wij er dan ook werkelijk alles aan gedaan om zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen om de ”schuld” aan de Postbank N.V. te betalen. Wij hebben zelfs geld van de familie geleend: op 8 februari 2004 ontvingen wij van een familielid € 7.500,-- en op 14 februari 2004 nogmaals € 20.000,--. Toen wij op het punt stonden het door ING geclaimde bedrag te betalen kwamen wij er na informatie van onze zoon en met hulp van een door het echtpaar ingeschakelde advocaat achter, dat de vordering van de Postbank Zakelijk N.V. op B.Th. Hofs helemaal niet bestond en een schuld was van Xenon Webstore B.V. Deze was bovendien door ING reeds ingediend bij de curator, die betrokken was bij het faillissement van dit bedrijf op 4 december 2003. Het was heel goed mogelijk geweest, dat wij het bedrag van ca. € 30.000,-- onverschuldigd aan ING hadden betaald en dat er nooit meer een haan naar had gekraaid.

15.    Op 19 februari 2004 (productie 34) ontvingen de heren Hofs op het adres Jeurlinksweg 2 te Holten een aangetekende brief van ING waarin o.a. staat vermeld: “Hierbij maken wij u erop attent dat het debetsaldo van uw bovengenoemde girorekening thans € 28.451,20 bedraagt bij een toegestaan debetsaldo van nihil”. De adressering luidt thans plotseling: Aan de firmanten van V.o.f. Xenon Computers, t.a.v. de heren B.Th. Hofs en R.T.B. Hofs en niet zoals eerdere brieven (zie boven): Aan de directie van Xenon Webstore B.V. Deze plotselinge tournure is zeer doorzichtig en tevens in strijd met de waarheid.

16.    Hierbij teken ik aan, dat het riskmanagement van ING te Enschede, bestaande uit de heren Van Odijk en Kirchner, overduidelijk geen enkel overleg met de werknemers van de MKB afdeling over deze kwestie hebben gehad. De heren van der Heijden, Jansen en Bakker van deze afdeling werden vanaf het moment, dat het met Xenon Webstore B.V. de verkeerde kant opging, overal buitengehouden. Dit terwijl zij juist degenen waren, die van alle ins en outs met betrekking tot de hele gang van zaken betreffende de Postbankvordering op de hoogte waren. Diverse pogingen onzerzijds en van onze zoon om hen rechtstreeks te benaderen mislukten, omdat er iedere keer door medewerkers van ING werd gemeld, dat de zaak in handen was van het riskmanagement en dat de betreffende medewerkers zich nergens mee mochten bemoeien.

17.    Na een brief d.d. 9 april 2004 van mr. H. Hoeksma betreffende deze zogenaamde Postbankvordering, waarin hij om het betreffende dossier vroeg, is door ING nooit gereageerd. Daarna hoorden wij over deze “vordering” heel lang niets meer totdat de brief van 19 februari 2004 opdook als steunvordering betreffende een faillissementsaanvraag voor B.Th. Hofs door V.N.I. Enschede B.V. op 17 november 2004.

18.    Vier rechters hebben de zogenaamde postbankvordering in procedures betreffende Hofs jr. naar de prullenbak verwezen, dit in een Beschikking van de rechtbank Almelo d.d. 12 januari 2005 en in een Beschikking van het Gerechtshof Arnhem d.d. 21 februari 2005. In beide beschikkingen wordt door de rechters gesteld, dat het niet aannemelijk is gemaakt, dat de ING-bank betreffende girorekening nr. 84.08.302 (Postbank) een vordering heeft op R.T.B. Hofs, als voormalig vennoot van Xenon Computers V.o.f., hetgeen vanzelfsprekend van hetzelfde belang is voor B.Th. Hofs.

19.    Zoals reeds gezegd heeft ook Postbank N.V. zelf in een brief d.d. 4 maart 2005 aan Hofs sr. aangegeven, dat zij een fout heeft gemaakt in haar administratieve verwerking ten aanzien van de naamsomzetting en heeft zij haar excuses aan B.Th. Hofs aangeboden, dit vergezeld van een bos bloemen.

20.    Nog in een brief van 1 maart 2005 (20) durft ING aan het echtpaar het volgende te schrijven: “Als het gaat om het aanspreken van uw zoon en man op het debetsaldo op de girorekening maakt u telkens gewag van oplichting en valsheid in geschrifte: Feit is echter dat deze rekening niet is omgezet, omdat dit door de Postbank is geweigerd. Dit is aan de vennootschap onder firma Xenon Computers ook kenbaar gemaakt.”

Ten gronde foutief is het volgende:

Bij een faillissementsaanvraag door V.N.I. Enschede B.V. d.d. 17 november 2004 ten aanzien van B.Th. Hofs heeft ING op verzoek van V.N.I. de “vordering” van Postbank N.V. dus verstrekt, daarbij de brief van 19 februari 2004 overleggend. Vervolgens heeft ING op 22 maart 2005, dit ondanks al het bovenstaande deze niet bestaande vordering (ad € 30.577,60) toch bij onze bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, dit o.a. met het gevolg, dat toen wij de schuldsaneringsregeling wilden beëindigen op grond van Art. 350 lid 3 sub b Fw., inhoudende in staat zijn om de betalingen inzake de vorderingen te hervatten, dit bedrag ook op de boedelrekening diende te staan!

Nauwelijks te bevatten, grenzeloos onbeschaamd en een zuivere vorm van oplichting is, dat ING het heeft bestaan om betreffende een nooit inzake een postbankvordering gevoerde procedure ter inning van het bovengenoemde bedrag, op 1 juli 2008 toch betaling van het echtpaar heeft geëist van een bedrag van € 9.941,03 wegens advocaatkosten. Bij niet voldoening van o.a. dit bedrag zou de gedwongen verkoop van onze woning volgen, aldus ING. Het betreft rekening nummer 200901787 d.d. 27 juni 2008 van DLA-Piper aan ING met als onderwerp de vermelding: Postbank N.V./De heer B.T. Hofs en mevrouw H.M.S. Hofs-Akkermans. Als procederende advocaat wordt genoemd mr. P.F. Hopman.